Het groen in de wijken (de Aa-landen)


meidoorn


De meidoorn van Lucette

In de voorbije nummers van dit tijdschrift zijn al heel wat mooie wijkbomen aan ons voorgesteld. Een trouwe gast die misschien niet erg groot wordt, maar wel bijna het hele jaar iets moois te bieden heeft wil ik nu graag in het zonnetje zetten: de meidoorn (Crataegus monogyna)

De eenstijlige meidoorn is een boom die innig verbonden is met het landschap van Noordwest Europa. Als geen andere boom symboliseert hij, alleen al door zijn naam, de triomf van de lente over de lange winter. In mei wordt menig landschap in bloei gezet door de witbloeiende kronen van de meidoorn. Geen andere boom is zwarter in de winter, of heeft meer ongastvrije doorns aan zijn takken, behalve misschien de sleedoorn. Maar wat geeft het – wanneer hij bloeit, is het lente en vieren wij de mooie meimaand.

Zijn geur bedwelmt ons, samen met die van het tegelijkertijd bloeiende fluitenkruid. In oude tijden (en waarom niet nu ook nog?!) was de meidoorn de ‘liefdesboom’, omdat zijn zoete geuren verlokten tot amoureuze genoegens waartoe de meimaand gemaakt lijkt zijn. Het was dan ook verboden om een meidoorn om te kappen: dat zou ongeluk afroepen over hem die dat deed.

Gelukkig laten de heren van de Rova onze mooie en ruige meidoorns met rust, zodat wij ervan kunnen genieten. Op de grens van onze achtertuin en het gemeentetalud staat een meidoorn, die nu vol met prachtig kleurende bessen de regenachtige dagen van begin september opfleurt. Maar het mooist – in mijn deel van de Aa-landen – vind ik de bomen die op Westerveld langs de dijk staan. In mei staan de reusachtige festoenen van de meidoorns in bloei er te pronken en geven de fietsers – als ze er aandacht voor hebben – een heerlijk snufje parfum mee voor onderweg. In de herfst vormen het mooi tot okergeel verkleurende blad en de bessen tot diep in januari de bomenrij langs de dijk en op de heuvel heerlijk rode accenten. Zelfs wanneer het regent is het dan een feest om daar te fietsen of met de hond te wandelen.

Maar lang voor dat wij mensen van de meidoorn begonnen te genieten, hadden de vogels al ontdekt dat deze boom in alle jaargetijden hun vriend is. Meidoornbessen rijpen langzamer dan lijsterbessen. Na de lijsterbessen en de bramen komt pas de meidoorn. Eigenlijk worden de laatste bessen pas gegeten wanneer het voorjaar er al weer aankomt, in maart. Wanneer de winter streng is (hoe lang is dat geleden??) vormen ze dan een welkome vitaminen bron.

Dat de vogels zo dol op de bessen zijn maakt ook dat de boom voor zijn eigen voortplanting zorgt. De bessenzaden blijven onverteerd in de maag van de vogel en worden intact op een ander plekje dan weer uitgepoept. Zijn de omstandigheden op die plek gunstig, dan ontkiemt het zaad. Met een beetje geluk staat er na een aantal jaren een nieuwe jonge meidoorn.

De meidoorn vormt, net als de sleedoorn en, in de duinen, de duindoorn, een dicht takkenstruweel met talrijke vlijmscherpe doorns. Is de boom eenmaal een meter of twee, drie hoog, dan biedt hij heel veel bescherming voor nestelende vogels. Kijk maar eens rond in de winter, wanneer al het blad van de bomen is verdwenen: dan komen de nestjes van de zomerbewoners tevoorschijn. Ik vind dat zo iets ontroerends, die tere bouwsels tegen de zwarte stam van zo’n meidoorn. Daar heeft een heggemus gezeten, of een merel of een andere zangvogel. En er hopelijk bescherming gevonden tegen wind, regen en liefhebbers van hun eieren.

Moet ik nog meer zeggen? U begrijpt nu wel hoe blij we mogen zijn met alle meidoorn in onze wijk. Ze zijn onmisbaar, in de eerste plaats voor de vogels, maar ook voor ons mensen.                                         Lucette M. Faber, groenwaarnemer Aa-landen·

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen