Eiken voor het leven


Een bijdrage van Lucette M. Faber
 
Ooit werden er heilige eiken omgehakt om mensen te dwingen hun ‘heidense’ geloof in Donar, Freya en Wodan op te geven en in plaats daarvan de God der christenen te aanbidden. Een dwangmiddel dat keizer Karel de Grote inzette tegen, onder anderen, de koppige Saksen in Noord – en Oost Duitsland, ergens rond 800 na Christus.
Dat omhakken van die eiken zou wel helpen, zo meende de keizer. Zó bang was hij voor de spirituele krachten van de eik, die eeuwen lang de meest heilige boom was geweest voor Germanen, Friezen, ja eigenlijk alle volkeren in Noordwest Europa voordat het christendom hun leven voorgoed zou veranderen. Hoewel zij graag en met hartenlust elkaar de kop insloegen, verbond hen altijd weer de verering van de heilige eik, de meest voorkomende en sterkste boom in dit uitgestrekte gebied.
Ondertussen, zo’n duizend jaar en meer later, is de eik opnieuw (bijna) heilig verklaard, maar nu onder de bezielende leiding van Natuurmonumenten en andere instellingen die onze Noordwest Europese natuur willen behouden. En hier in Zwolle hebben de eiken een heel speciaal plekje in de harten van onze Stichting Zwolle Groenstad. Gelukkig maar!Ook zonder Wodan zijn het bomen waar een heel speciale, stille kracht van uitgaat.
Dat ervoer ik weer eens toen ik op een mooie herfstochtend een ritje per scootmobiel maakte over de Brinkhoekweg. Weilanden, grazende koeien en een landelijke anderhalfbaansweg omzoomd door oude eiken – je waant je in een land dat tussen alle tijdzones door ons verbindt met ons verre verleden. Letterlijk, via de diepe wortels der eiken, en figuurlijk, doordat er nog wel een drupje voorouderlijk bloed in onze aderen stroomt.
Maar los van deze spirituele bespiegelingen is een eik een bron van schoonheid en kracht; hij roept een gevoel van veiligheid op. En altijd weer  van verwondering, in deze afgelopen maanden om de kleuren van zijn herfstloof, of zo’n enkel neerdwarrelend goudbruin blad waar de zon door schijnt. Of een oude knoest in de stam waar de gemeente ooit een voor het verkeer onveilige tak heeft afgezaagd.
Hoe oud zijn eigenlijk de eiken aan de Brinkhoekweg? Ze zien er uit alsof ze hier altijd al gestaan hebben, maar ooit werden ze als jonge boompjes aangeplant. Iemand kan mij hun leeftijd vast wel eens vertellen; hoe dan ook zijn de geribbelde stammen als levende tijdcentrales. Ik zou wel eens, net als professor Barabas bij Suske en Wiske, een stethoscoop willen leggen tegen de stam en dan de verhalen uit oude tijden aftappen.

Vorige week ging ik met mijn vriendin Ria mee om naar een zomereik te kijken waar een kapaanvraag voor was gedaan. Hij stond in een statige rij eiken aan de Nieuwe Deventerstraatweg. Hoezo moest hij weg?! Om de uitrit van vrachtwagens makkelijker te maken tijdens de aanbouw van daar niet te bouwen stadsvilla’s.
Vol afschuw zei Ria ‘wat!, voor zo’n paar vrachtwagens een eik omhakken?! Dan wordt die mooie allee helemaal  doorbroken!’ Ik was het van harte met haar eens. De eik hoort hier, in de stad en daarbuiten.

Nieuws en foto’s

Kent u deze boom

Kent u deze boom?

De wijsheid van het verleden schenkt inzicht en kracht aan de toekomst…
Deze gewone beuk, Fagus Sylvatica, staat aan de Potgieterssingel. De beuk slaat een brug naar het verleden en roept herinneringen op. De beuk is de koning die in het bos aan de zijde van “koning eik” staat en heeft een uitgesproken vrouwelijk karakter. Ondanks dat haar hout zeer sterk is, heeft zij een kwetsbare, voor zonlicht zeer gevoelige, zachte en dunne schors. Om zichzelf te beschermen heeft zij daarom een dicht bladerdak waar bijna geen (zon)licht doorheen dringt. Er zijn maar weinig bomen die zo’n dicht bladerdak hebben en zich zo goed weten te beschermen als de beuk.
Doordat de kastanjeboom naast de beuk aan de Potgieterssingel is gekapt en zij geen takken aan die zijde heeft kunnen ontwikkelen, is de beuk goed ingepakt om haar schors te beschermen tegen het licht.

Sprookjes, mythen, legenden en rituele gebruiken van de beuk
De Germanen beschouwden de beuk als een gewijde boom en sneden Runenstaafjes uit zijn hout.
De Romeinen vereerden de beuk en zien haar als een “portafortuna”: een geluksbrenger; ze gebruiken het beukenhout om offervaten mee te maken.
Bij de Grieken was de beuk nauwelijks bekend; hun “Phegos” (latijn: Fagus = Beuk) was eigenlijk een eikensoort.
Dorre beukenblaadjes staan ook bekend als “heksengeld’’, waarmee heksen bepaalde diensten betaalden.

Krachten en kwaliteiten
Helende eigenschappen (lichamelijk): antiseptisch, verkoelend, kalmerend.
Lichamelijke indicatie: eczeem, huidziekten, luchtwegen.

Opmerkelijk
Niet teveel beukennootjes eten! In de nootjes (zaadjes) zit een giftige stof die ook niet door verhitting (bakken of poffen) vernietigd wordt.

Bron: De spirituele kracht van bomen (Petra Sonnenberg)